Wanneer een beklaagde niet komt opdagen of niet vertegenwoordigd wordt, dan wordt er een verstekvonnis uitgesproken.
Er is dan sprake van een vonnis dat geveld wordt in afwezigheid van de betrokken partij.
In sommige gevallen is het echter mogelijk om de zaak opnieuw bij dezelfde rechtbank en in dezelfde toestand te laten behandelen. Het gaat dan om de zogenaamde verzetsprocedure.
Sedert een aantal jaren is verzet alleen nog mogelijk indien er kan aangetoond worden dat de beklaagde niet tijdig kennis heeft kunnen nemen van het bestaan van de dagvaarding. Dit bewijs kan meestal vrij eenvoudig geleverd worden, daar de deurwaarder moet vermelden of hij/zij de dagvaarding persoonlijk aan de beklaagde heeft kunnen overhandigen.
Verzet kan onmiddellijk worden ingesteld en is vrij goedkoop.
De uiterste termijn om verzet aan te tekenen is 15 dagen na betekening van het verstekvonnis. Het is dus mogelijk dat er tegelijkertijd hoger beroep en verzet kan ingesteld worden.
Opgelet ! Mogelijks begint er ook nog een buitengewone termijn van 15 dagen te lopen indien het verstekvonnis niet persoonlijk aan de veroordeelde is betekend. Deze buitengewone termijn begint dan te lopen vanaf het moment dat het vonnis op een andere manier ter kennis is gebracht aan deze persoon. Meestal is dit via de politie of gevangenisdirecteur.