BLOG

Advocaat Vanspeybrouck

In een vorige blogpost, kon u al lezen dat u echt niet voor iedere klant opnieuw toestemming moet vragen voor het versturen van een nieuwsbrief.

Wat nu met uw zorgvuldig aangelegde lijst met prospects?

De GDPR-verordening is daar niet volledig duidelijk over.

Sommigen stellen dat voor deze prospects er voortaan een voorafgaandelijke toestemming nodig is, zelfs al beschikt u voor 25.05.2018 over hun contactgegevens. Uit studies blijkt dat maar 3 à 5 % van de ontvangers ook effectief toestemming verleent.

Een andere strekking stelt zich veel pragmatischer op en gaat er van uit dat u deze prospects kan blijven aanschrijven. Het is wel aan te bevelen om deze lijst zeer kritisch te bekijken en u de vraag te stellen of de lijst nog up to date is. Is een prospect die al 10 jaar in uw lijst zit en nooit klant is geworden nog altijd effectief een prospect voor u? Voorts moet er een duidelijke opt out mogelijkheid voorzien zijn. 

Ten einde later problemen te vermijden, is het aan te raden om de prospects van voor 25.05.2018 in een afzonderlijke lijst te zetten. Hetzelfde doet u met de contacten van na 25.05.2018, waarbij u wel een voorafgaandelijke toestemming nodig hebt.

U kan dan snel en gemakkelijk handelen indien er hierover later meer duidelijkheid komt in de rechtspraak.

Meer info hierover? Neem vrijblijvend contact op.

Er is een wetswijziging doorgevoerd aan de bestaand Wet van 21.03.2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's, de zogenaamde 'Camerawet'.

Niet toevallig zijn de wijzigingen sedert 25.05.2018 van kracht geworden.

De wet is niet van toepassing op het gebruik van camera’s op de werkvloer die specifiek er op gericht zijn om de goederen te beschermen en de arbeiders/bedienden te controleren. Hiervoor blijft tot nader order CAO nr. 68 gelden.

Er zal in de toekomst vereist zijn om een register bij te houden met de cameraverwerkingen, dat dus gelijkaardig zal zijn aan het register voor de gegevensverwerkingen (GDPR). Een concreet model moet wel nog door de Koning worden opgesteld.

Voorts moet er voor 25.05.2020 een nieuwe aanmelding van de bestaande bewakingscamera's gebeuren bij de Gegevensbeschermingsautoriteit (vroegere Privacycommissie). Dit kan via deze link.

Meer informatie gewenst omtrent privacy en GDPR? Neem vandaag nog vrijblijvend contact op.

Er heerst in de publieke opinie een hardnekkig misverstand omtrent het versturen van direct marketing naar bestaande klanten.

Reeds in het Koninklijk Besluit van 04 april 2003 tot reglementering van het verzenden van reclame per elektronische post (B.S. 28.05.2003) was hiervoor al een uitzondering voorzien (art. 1):

“Art. 1: In afwijking van artikel 14, § 1, eerste lid van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, en onverminderd hetgeen bepaald is in artikel 2 van dit besluit, is elke dienstverlener ervan vrijgesteld de voorafgaande toestemming te vragen om reclame per elektronische post te ontvangen:

1° bij zijn klanten, natuurlijke of rechtspersonen, indien elk van de volgende voorwaarden vervuld is:

a) hij heeft rechtstreeks hun elektronische contactgegevens verkregen in het kader van de verkoop van een product of een dienst, mits de wettelijke en reglementaire voorwaarden betreffende de bescherming van de private levenssfeer nageleefd zijn;

b) hij gebruikt de beschouwde elektronische contactgegevens uitsluitend voor gelijkaardige producten of diensten die hijzelf levert;

c) hij geeft aan de klanten, op het ogenblik waarop hun elektronische contactgegevens worden verzameld, de mogelijkheid om zich kosteloos en op gemakkelijke wijze tegen de uitbating te verzetten;

2° bij rechtspersonen als de elektronische contactgegevens die hij met dat doel gebruikt onpersoonlijk zijn.”

De GDPR-Verordening heeft dit geenszins afgeschaft !

In overweging nr. 47 wordt het versturen van direct marketing uitdrukkelijk toegestaan als een voorbeeld van gerechtvaardigd belang van de onderneming.

“De gerechtvaardigde belangen van een verwerkingsverantwoordelijke, waaronder die van een verwerkingsverantwoordelijke aan wie de persoonsgegevens kunnen worden verstrekt, of van een derde, kan een rechtsgrond bieden voor verwerking, mits de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene niet zwaarder wegen, rekening houdend met de redelijke verwachtingen van de betrokkene op basis van zijn verhouding met de verwerkingsverantwoordelijke. Een dergelijk gerechtvaardigd belang kan bijvoorbeeld aanwezig zijn wanneer sprake is van een relevante en passende verhouding tussen de betrokkene en de verwerkingsverantwoordelijke, in situaties waarin de betrokkene een klant is of in dienst is van de verwerkingsverantwoordelijke. In elk geval is een zorgvuldige beoordeling geboden om te bepalen of sprake is van een gerechtvaardigd belang, alsook om te bepalen of een betrokkene op het tijdstip en in het kader van de verzameling van de persoonsgegevens redelijkerwijs mag verwachten dat verwerking met dat doel kan plaatsvinden. De belangen en de grondrechten van de betrokkene kunnen met name zwaarder wegen dan het belang van de verwerkingsverantwoordelijke wanneer persoonsgegevens worden verwerkt in omstandigheden waarin de betrokkenen redelijkerwijs geen verdere verwerking verwachten. (…) De verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van direct marketing kan worden beschouwd als uitgevoerd met het oog op een gerechtvaardigd belang.”

Ondernemingen zijn dus perfect gerechtigd om aan hun klanten een nieuwsbrief te sturen, voor zover het voldoet aan bovenstaande voorwaarden.

Er moet dus - in tegenstelling tot bij prospects - geenszins voorafgaandelijk toestemming gevraagd worden!

Voor meer informatie over dit onderwerp, kan u vrijblijvend contact opnemen met het kantoor.

 

25 mei 2018 nadert met rasse schreden.

Ondanks een inloopperiode van 2 jaar, zullen vermoedelijk velen nog niet volledig voldoen aan de dwingende regels van de GDPR verordening. 

Is dat een ramp? Riskeer ik al onmiddellijk geldboetes?

Neen, de wereld stopt niet met draaien na 25.05.2018.

Eerst en vooral moet er opgemerkt worden dat het controleorgaan zélf niet klaar is. De gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) gaat pas van start op 25.05.2018 en is dus zelf rijkelijk laat.

Ten tweede zullen eerst de grote spelers geviseerd worden, die normaliter allen al volledig compliant zijn.

Een en ander impliceert niet dat u zomaar kan laten betijen. U krijgt als KMO nog marge om u zich te conformiseren, doch helemaal niets doen is uit den boze.

Maak alvast een concreet stappenplan op met welke concrete doelen u zult stellen. Een aantal verplichtingen zijn vrij eenvoudig te realiseren, doch er zijn ook een aantal ingrijpende maatregelen nodig. 

Weet u niet hoe u hieraan moet beginnen?

Contacteer vrijblijvend ons kantoor voor meer informatie of om u te laten bijstaan in de GDPR-doolhof.

 

In een eerdere bijdrage kon u al lezen dat krachtens art 1742 B.W. een huurovereenkomst niet automatisch ontbonden wordt door het overlijden van de huurder.

Art. 1742 B.W. is evenwel van suppletief recht en partijen kunnen hier dus van afwijken. 

Let wel. Dit dient via een omweg te gebeuren, aangezien art. 1762bis B.W. duidelijk stelt dat de uitdrukkelijk ontbindende voorwaarde in huurcontracten voor niet geschreven wordt gehouden. 

De oplossing bestaat er in een zogenaamde intuitu personae clausule toe te voegen aan het huurcontract. Hierin wordt bepaald dat de huur specifiek met een welbepaalde persoon wordt afgesloten. Bij diens overlijden eindigt het contract dan automatisch.

Men zal wel nog een oplossing moeten zoeken voor de aanwezige huisraad, ten einde eventuele erfgenamen niet voor het hoofd te stoten. 

Daarnaast biedt dit ook nog geen oplossing voor de bevrijding van de huurwaarborg, waarvoor mogelijks nog een vonnis zal vereist zijn.

Verdere vragen of nood aan inlichtingen ? U kan vrijblijvend contact opnemen met het kantoor.